Joost van Bellen schrijft.

In een kast op de logeerkamer ten huize Van Bellen liggen dozen vol dagboeken en reisverslagen, schriften met hersenspinsels en kladjes met soms maar één enkele zin. Zijn laptop staat bol van fantasieën en gedachtekronkels van recenter datum. Het zijn opzetjes voor verhalen en columns, Facebook- en blogposts die heel soms online gegaan zijn, hoofdstukken van boeken die misschien nooit het daglicht zullen zien.

Van Bellen schreef een hoofdstuk in het boek Verzamelde Werken over kunstenaar Peter Giele en schreef voor 3voor12 een aantal jaar reisverslagen vanuit de Verenigde Staten, alwaar hij onder andere muziekfestivals in Miami en Austin bezocht. De Volkskrant vroeg hem in januari 2012 een week de column van Aaf Brandt Corstius over te nemen.

In 2010 werd de urgentie serieus te gaan schrijven en daadwerkelijk te publiceren evident. Hij stuurde het jaar daarop literair agent Paul Sebes wat eerste pogingen voor een roman. Sebes tekende hem.

‘Na vier jaar buffelen en een harde leerschool kan ik eindelijk zeggen dat ik een roman heb geschreven. I did it,’ schreef Van Bellen in maart 2014 in een e-mail aan een journalist.

De debuutroman van Joost van Bellen heet Pandaogen en is in april 2014 uitgekomen bij Karakter Uitgevers. Zijn dappere redacteur was Tomás Kruijer. De foto van de auteur is gemaakt door Erwin Olaf.

Joost-van-Bellen-SEO2014