BIOGRAFIE

Joost van Bellen is een fenomeen. Hij is een creatieve duizendpoot, een discodinosaurus en een kameleon die onmogelijk in één hokje te plaatsen is. Maar wie zijn dertigjarige carrière goed bestudeert ziet de algemene delers: buiten zijn liefde voor de nacht en tegendraadse culturen voelt Joost nog altijd de drang zich steeds te vernieuwen, mensen te vermaken en tegelijkertijd iets mee te geven.
Van Bellen is geboren in 1962 en heeft willens en wetens de strijdkreet Forever Young hoog in het vaandel staan. Hij is bekend als dj en feestorganisator en verdient daarnaast zijn sporen als creatief brein en muzikaal regisseur voor onder andere modeshows. Zijn muzikale smaak is onnavolgbaar en breed, zijn dj-sets zijn innovatief, feestelijk, krachtig en (net als de man zelf) niet onder één noemer te vangen.
Joost heeft een broertje dood aan de hokjesgeest en betreedt daardoor paden die niet altijd voor de hand liggen. ‘Ik moet altijd het avontuur opzoeken, en als iets uiteindelijk werkt, dan klopt het en haal ik voor heel even voldoening uit mijn vak,’ zei hij ooit in een interview. In 2010 besloot hij een roman te gaan schrijven, dat boek kwam vier jaar later uit. En de rest is geschiedenis die nog geschreven moet gaan worden.
In 2008 werd hij door Het Parool genomineerd voor Amsterdammer van het Jaar. Joost verloor de titel aan de ambulancebroeders die nét iets meer stemmen hadden gekregen. In 2013 werd hij genomineerd voor de Amsterdamprijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. Ook deze ging aan zijn neus voorbij: pianist en componist Reinbert de Leeuw won de felbegeerde prijs. ‘Het was een moeilijke keuze,’ vertelde een jurylid hem na afloop. Van Bellen schreef op Facebook dat het logisch was dat de legendarische en wereldberoemde De Leeuw had gewonnen, en wist dat hij zelf nog heel wat te doen had voor zijn tijd zou gaan komen.

PANDAOGEN

Zijn meest recente avontuur is het schrijven van een boek. In april 2014 kwam (na bijna vier jaar keihard werken) dan eindelijk zijn omvangrijke debuutroman Pandaogen uit bij Karakter Uitgevers. Het is een verhaal geschreven vanuit het perspectief van Eva Akkerman, een transgender topmodel dat hunkert naar aandacht en roem. Op weg naar de absolute wereldtop probeert het verleden haar omver te werpen. In een wereld vol pracht, praal en valse schijn verliest ze haar vrienden, het besef van werkelijkheid en uiteindelijk zichzelf.
Een van haar vrienden is de Nederlandse dj John C., een hopeloos en ooit succesvol figuur dat zich volgiet en hunkert naar het verleden. Die dj zou Joost zélf kunnen zijn, ware het niet dat Van Bellens leven een heel andere wending heeft genomen waardoor hij nog steeds opgewekt en vol energie nieuwe uitdagingen aangaat.

CIRCUS VAN BELLEN

Als kind organiseerde Joost circussen, waarvoor bij hij honden jatte die voor een supermarkt aangelijnd waren en ze door een brandende hoepel in de tuin van zijn ouderlijk huis liet springen. Het publiek bestond uit wat vriendjes, de huishoudster en eenieder die hij van straat plukte om zijn voorstelling te komen bekijken. Van Bellen ging op in zijn rol als circusdirecteur en spreekstalmeester, en dat doet hij een kleine halve eeuw later nog steeds.
In 2009 vierde Van Bellen zijn 25-jarig dj-jubileum met het infameuze Rock & Rave Circus, dat acht locaties in Nederland en België aandeed. Met medewerking van onder andere Aux Raus, DJ Wannabe a Star, Wink, Boemklatsch en modeontwerper Bas Kosters werd een gruwelijk dance-punk-circus ten tonele gevoerd dat nimmer vertoond was. Van Bellen is ter promotie zelfs op een olifant geklommen en is met zijn twintigkoppige entourage Amsterdam doorgewandeld. Later in de nacht zong hij, doordrenkt met wodka, een speciaal gecomponeerde danceversie van ‘My Way’.
Anno 2014 heeft hij nog steeds dezelfde levensinstelling: ‘Ik doe zoals ik het doe, ik neem risico’s, maak fouten, maar soms schiet ik raak en presteer dan iets wat geen ander ooit gedaan heeft.’

DE PSYCHEDELISCHE KRAAKJAREN

In 1984 begon hij met wat vrienden een psychedelische club in een kraakpand onder de naam Armageddon. Die club had al snel succes, menig rockster die in Amsterdam optrad belandde uiteindelijk in het vunzige keldertje vol vloeistofprojecties en Perzische tapijten. De muziek bestond uit garagepunk, jarenzestigpsychedelica en zelfs country & western. Na wat fikse burenruzies sloot de Armageddon en volgde de Armadillo. De wekelijkse clubavond dat uit een getripte koker leek te komen vond in een veel groter kraakpand plaats. Ook dit avontuur ging uiteindelijk aan zijn succes ten onder. Er werden tientallen guldens verdiend, en dat mocht niet in de hoofdstedelijke kraakscene. Toen de krakers met honkbalknuppels voor de deur stonden, was de lol ervanaf.

ROXY

Van Bellen werd in 1986 gevraagd een avond te organiseren in een nieuwe club in Amsterdam. Hij hielp kunstenaar Peter Giele met de totaal uit de hand gelopen verbouwing van de voormalige bioscoop aan het Singel. Van Bellen mocht stofzuigen, puinruimen en uiteindelijk de muren schilderen. Pas een vol jaar later gingen de deuren open van wat de meest roemruchte nachtclub van Nederland zou worden: de RoXY.
Joost behoort tot het selecte groepje dj’s dat house in Nederland introduceerde, een stroming die in 1988 doorbrak en ondertussen onder de naam dance onmogelijk weg te denken is uit het festival- en uitgaansleven.
Zijn acidhouse en new beat BamBam-nachten in 1988 en 1989 waren wild, extravagant en bizar. Van Bellens muziek was opzwepend en de daarbij behorende acts en decors die hij verzon waren onnavolgbaar excentriek.
Joost was vanaf 1991 tot 1997 artistiek leider van de club en is er, tot en met de brand die het pand verwoestte in 1999, resident-dj geweest. In al die jaren is zijn muziekstijl steeds veranderd. Hij draaide na de acidhouseperiode de eerste hardcore, gooide het roer resoluut om en liet new age en ambienthouse uit de speakers bulderen, verloor zich in het warme bad van soulvolle muzieksoorten als us garage en nineties disco en draaide in de laatste twee jaar van de wereldberoemde club alleen nog maar speedgarage en 2step.
Vele jaren tapte hij op de zondagnachten uit een heel ander vaatje. Het waren vijf uur durende solosets uit ‘de omgevallen platenkast’ waarbij alle mogelijke muzieksoorten waarop gedanst kon worden voorbij kwamen: van punk en new wave tot de Weense wals, van Nederlandstalige kitsch tot Zweedse camp, van Italo-disco tot Amerikaanse truckersrock, van electric boogie tot seksbeluste hijg- en schuifelplaatjes. Grace Jones noemde Van Bellen (na een laveloze wilde nacht op zijn dansvloer) ‘the best fucking dj I ever heard’.
Zelf zegt Van Bellen altijd dat die nachten een voorloper waren van wat 2manydjs vele jaren later zou doen: onmogelijke combinaties uit de historie van de muziek mogelijk maken.
Joosts grootste wapenfeit tijdens de RoXY-jaren is waarschijnlijk het organiseren van de Loveballs. De jaarlijkse spektakels waren benefietnachten voor het Aidsfonds en vonden van 1992 tot en met 1995 plaats. Dit waren de jaren waarin aids de meeste slachtoffers in Nederland eiste, het nachtleven werd zwaar getroffen door het virus. Van Bellen liet beroemde kunstenaars, dj’s, modeontwerpers, bands en performers van over de hele wereld kosteloos invliegen, om samen door middel van een totaaltheater het leven te vieren, een vuist te maken tegen de epidemie en de hoognodige aids awareness te vergroten.

MEUBEL STUKKEN

In 1997 richtte Van Bellen samen met Peter van der Meulen het bedrijf Meubel Stukken op, uit onvrede over de creatieve gang van zaken in de RoXY.. Ze noemden zich feestaannemers, gooiden hun kont tegen de krib en deden wat niemand anders deed: feesten organiseren die muziek, nachtleven, kunst, mode en heel veel confetti bij elkaar brachten. Hun liefde voor de kwaliteit van het uitgaan maakte dat het uiteindelijke resultaat op de dansvloer belangrijker was dan het resultaat op de bankrekening.
De lijst feesten is indrukwekkend. Het merendeel was en is succesvol, waardoor Meubel Stukken nog steeds volop in actie is. Van Bellen is sinds 2010 geen mede-eigenaar meer, maar is als nog nauw betrokken bij verschillende evenementen.
Meubel Stukkens ‘Speedfreax’ was de club die UK-garage in Nederland groot maakte, eerst in Club de Ville op het toen nog desolate Westergasfabrieksterrein in Amsterdam, later in Now&Wow te Rotterdam. Op de Amsterdamse variant vierde vooral de decadentie hoogtij. ‘Er gingen ten minste zeshonderd flessen champagne per avond doorheen, en dat met vijfhonderd man publiek. Het champagnehuis dat ons sponsorde kwam kijken wat er in godsnaam aan de hand was. Ik heb toen serieus aangeboden een champagnepijpleiding aan te leggen, van de wijnkelders in Reims tot in de bar in Amsterdam-West. Het werd geen pijpleiding, maar een kelder vol flessen. We hebben op een zondagochtend, na het feest, de ramen ermee gelapt,’ vertelde Van Bellen ooit in een interview.
In Rotterdam ging het er heel anders aan toe. Op het hoogtepunt zorgde Speedfreax voor vierduizend uitzinnige feestgangers binnen, en nog eens achtduizend buiten waardoor de Maastunnel vastliep en uiteindelijk burgemeester Opstelten de dj-booth inklom om te zien wat er gebeurde. Hij zag een dansvloer waar de multiculturele samenleving een feit was, waar travestieten dansten met Ghanezen en Noord-Afrikanen, waar tolerantie door middel van muziek en een uitstekend beleid van de club vanzelfsprekend was. Speedfreax is anno 2014 weer tot leven gebracht en trekt wederom volle zalen.
Maar er zijn meer vermaarde Meubel Stukken-producties waar Van Bellen zich mee heeft bemoeid: Fucque Les Balles (met fotograaf Erwin Olaf), Manifesto, Het Oud Hollandsch Acid Feest (OHAF), The Original Warehouse Acid Party (OWAP), Electric Ballroom, ZIN, The Andy Warhol Club (in samenwerking met het Stedelijk Museum) en Brand In Mokum (de ode aan Club RoXY).
Meubel Stukken heeft lange tijd ook de Rauw-clubavonden onder haar vleugels gehad. Daarnaast is het feestbedrijf samen met Plus1 de organisator van Valtifest, het kleurrijke jaarlijkse festival met een dresscode op het NDSM-terrein. Joost van Bellen is nauw betrokken bij Valtifest. Hij boekt de artiesten en maakt deel uit van de denktank. Met Plus1 staat hij ook garant voor BungalUp, het doldwaze en immer uitverkochte driedaagse festival in het Center Parcs bungalowpark De Eemhof.

RAUW

Als tegenreactie op de opkomende geldbeluste dance-industrie, het brave escapisme van trance en de behoefte om weer tegen zaken aan te trappen, startte Van Bellen in 2003 het recalcitrante Rauw. De clubavond vond tien jaar lang plaats op verschillende locaties in Amsterdam en Utrecht, en is nog steeds succesvol. Rauw vond plaats in Club 11, Tivoli, de Melkweg, Trouw en op festivals als Solar, Lowlands, Extrema Outdoor, BungalUp, Zwarte Cross en Valtifest.
Van Bellen zegt er het volgende over: ‘Het lijkt alsof ik met Rauw, en de familie die daaromheen ontstaan is, een tijdloos onderdak heb gevonden, waarmee ik muzikaal nog altijd kan doen wat ik wil. Rauw zal altijd tegendraads en tolerant zijn, proberen het publiek los te schudden en op het verkeerde been te zetten. Het mag nooit té braaf of serieus zijn. Ik geloof niet in perfectie, perfectie is onmenselijk en daarom saai. En als het saai is, loopt de dansvloer leeg. Ik sta dan waarschijnlijk als eerste geeuwend buiten.’
Met Van Bellens afscheid als mede-eigenaar van Meubel Stukken, nam hij Rauw mee en organiseert hij samen met de Amsterdamse nachtburgemeester Mirik Milan sinds 2010 de nachten vanaf zijn keukentafel.
Door de jaren heen heeft Rauw artiesten geïntroduceerd die grote namen zijn geworden: Boys Noize, Erol Alkan, Optimo, Dan Avery, Aeroplane, Justice, Felix da Housecat, The Glimmers, Brodinski, Busy P, Crookers, Larry Tee, The Magician, Steve Aoki, Digitalism, Tommie Sunshine, Gesaffelstein… de lijst lijkt oneindig lang. In hun kielzog vonden ook andere artiesten een veilige thuishaven in Rauw. Zo draaiden 2manydj’s, Green Velvet, Tiga en Dr. Lektroluv met veel succes op Nederlands meest recalcitrante clubnacht.
Sinds begin 2014 is Rauw geen maandelijkse avond meer, maar zweeft het feest door de agenda’s. In Utrecht verhuisde Rauw van Tivoli aan de Oudegracht naar het spiksplinternieuwe muziekpaleis TivoliVredenburg. In Amsterdam trok Rauw noordwaarts, van Trouw naar de nieuwe hotspot de Tolhuistuin aan de IJ-oevers.

DE SERIEUZE DJ

Met de doorbraak van de elektronische dansmuziek in de late jaren tachtig werd de dj langzaam maar zeker een popster. Van Bellen reisde in de jaren negentig en nul met zijn platenkoffers of cd-map de wereld over. Hij draaide op zowat alle festivals en poppodia in Nederland en op vele in het buitenland. Zijn sets in vermaarde clubs als Trash van Erol Alkan en Big Beat Boutique van Fat Boy Slim in Londen waren legendarisch. Verder was hij resident-dj in Razzmatazz en La Paloma in Barcelona, een graag geziene gast in onder meer Club Roxy en Radost in Praag, bij Return To New York van de legendarische producer Arthur Baker in Miami en Londen, in Ruff Club in New York en Rio van Peaches in Berlijn.
Hij mixte van 1995 tot 2001 een tiental succesvolle compilatie-cd’s. De series Nightclubbing en Speedfreax zijn er de bekendste van. Maar ook de dubbel-cd’s Now&Wow (met Benny Rodrigues) en Speed Garage (met Groovemaster Johnson) deden het goed.
Anno 2014 draait Van Bellen nog volop in den lande en maakt, heel af en toe, nog een uitstapje naar het buitenland. Tot 2013 weigerde hij oude muziek te draaien. ‘Het verheerlijken van het verleden is een doodsverklaring aan het heden en de toekomst,’ zei hij menigmaal. Maar tegenwoordig doet hij daar niet zo anaal meer over. Hij heeft een dijk van een 25 Years of House-set in huis, draait de sterren van de hemel op acid- en Chicagohouse en vintage uk-garagegebied en heeft op BungalUp 2013 een jarenzeventigdiscoset gedraaid waarmee hij de tent volledig afbrak. In 2014 is het duidelijk dat retro in is, en de koppige Van Bellen is eindelijk overstag.
Maar: zijn grote liefde blijft de toekomst en daarmee de muziek die nog iedere dag in zijn inbox terechtkomt. Check zijn Soundcloud-pagina voor up-to-date dj-mixen.

MUZIEK PRODUCTIES

Het produceren van eigen muziek gaat Joost van Bellen wat minder gemakkelijk af. In een studio raakt hij na een paar dagen stierlijk verveeld en legt hij, naar eigen zeggen, de lat altijd veel te hoog. ‘Ik houd niet van apparaten, kan niet goed tegen opgesloten zijn in een studio en ik vind zelden iets goed genoeg. Ik meet me aan de allerbeste artiesten en geef het dan al snel op. Daar heeft mijn internationale carrière nu onder te lijden. Immers: je moet anno 2014 produceren, wil je in het buitenland genoeg kunnen verdienen om het reizen en de daarbij behorende uitputting enigszins dragelijk te maken. Dit fenomeen is eigenlijk onzin: een goede dj is nog geen goede producer en andersom geldt hetzelfde.’
Toch heeft hij samen met andere artiesten wat muziek op zijn naam staan.
Met Richard Cameron, bekend van Arling & Cameron, maakte hij onder de naam Cowgum een tiental nummers waarvan er maar één officieel is uitgekomen. ‘Filthy & Raw’ was een underground succes en werd tijdens de Miami Winter Music Conference in 2005 uitgeroepen tot dé hit van het festival. Andere nummers werden gratis weggegeven, waaronder geremixte versies van onder andere DJ’s Are Not Rock Stars feat. Princess Superstar, Christopher Just en de Braziliaanse bailefunk- en fidgetproducer Edu K.
In 2006 besloten Cameron en Van Bellen een ode aan Amy Winehouse te brengen. Het illustere duo liet het duizendkoppige en beschonken Rauw-publiek van Tivoli het refrein zingen. ‘We Love Amy’ werd geen succes. Amy Winehouse liet weten dat ze het nummer afschuwelijk vond en Joost en Richard besloten daarom het op de plank te laten liggen.
In 2011 dook Van Bellen op Ibiza met Tom Trago de studio in. Ze maakten onder de naam Damien Damien de demonische en bizarre ‘Exorcizes Vol. 1’ EP. Bart B More nam het nummer ‘Zero’ onder handen en creëerde daarmee een acid-remix die menig dansvloer op zijn kop heeft gezet.

JUNKIE XL

Van Bellen werkt op onregelmatige basis samen met Tom Holkenborg aka Junkie XL in Los Angeles.
In 2007 ontmoetten de heren elkaar. Joost maakte samen met kunstenaar Gerald van der Kaap de clip voor ‘(Fuck) More’, opgenomen in Brooklyn, New York en Blijburg te Amsterdam. De video zorgde voor een rel: volgens de platenmaatschappij was de clip onbegrijpelijk en seksueel té expliciet. Zelfs nadat Van der Kaap de intiemste lichaamsdelen had weggekrast en uit enthousiasme nog wat andere zaken wegmoffelde, weigerden de televisiestations het te tonen. Dat was koren op de molen van Junkie XL. De vriendschap tussen Van Bellen en Tom Holkenborg was geboren en ze spraken af eens samen de studio in te duiken.
‘In the Name of Holy Music’ werd een internationale dansvloerhit. Het bombastische disconummer met de stem van horroracteur Vincent Price werd rond Halloween 2010 via muziekblogs gratis weggegeven als download.
Ook deze samenwerking beviel de heren uitstekend. In 2012 was Joost het creatieve medebrein en klankbord voor het album ‘Synthesized’. Artiesten als Datarock, Tommie Sunshine en Curt Smith van Tears For Fears verleenden hun medewerking. Voor het nummer ‘Leave Behind Your Ego’ kwam Van Bellen op de proppen met de stem van lsd-goeroe en professor Timothy Leary. Verder zette hij zijn handtekening onder het nummer ‘Kill the Band’, dat inmiddels voor films en een televisieserie gelicenseerd is.
Tom Holkenborg heeft zich in Hollywood toegelegd op het maken van filmsoundscores met Hans Zimmer en Van Bellen was druk met zijn debuutroman, waardoor de samenwerking op een laag pitje is komen te staan. Toch maakten ze samen in maart 2014 de soundscore voor de trailer van het boek Pandaogen. Deze muziek kwam onder de naam Panda Eyes in een langere versie in het voorjaar van 2014 als gratis download beschikbaar.

MODE EN MUZIEK

Joost van Bellen komt uit een kappersfamilie waardoor mode hem met de paplepel is ingegoten. In de RoXY-jaren maakte hij zijn eerste mixen voor modeshows, de muziek waar modellen op lopen. In 2003 werd hij gevraagd voor de internationale presentaties van het merk Diesel. Al snel werd hij betoverd door de kick van die grote shows. ‘Het vluchtige, het onderdeel uitmaken van een immense machine, de muziek mogen bedenken en mixen voor shows waar zo veel vanaf hangt, die druk… Het is als een prachtig orgasme. Er zitten honderden, soms zelfs duizenden uren werk in zo’n collectie. Al die mensen die gefantaseerd hebben, al die handen die eraan gewerkt hebben… en dan is het zover: over die lange, harde catwalk spuiten de modellen als de prachtigste spermatozoïden naar buiten. En voor je het weet is het voorbij. Soms voelt dat lekker, soms is het een grote teleurstelling. Maar die kick blijft onweerstaanbaar.’
In 2005 werd het serieus en besloot Van Bellen voortaan met zijn partner Sander Stenger onder de vlag van Star Studded Studios de muziekregie te doen voor modeshows. Star Studded Studios reisde naar de modeweken in steden als Parijs, New York, Milaan, New Delhi, Barcelona, Londen, Sjanghai, Berlijn met natuurlijk als thuisbasis Amsterdam. Het ‘modemuzikale’ duo verzorgde de muziek voor merken als G-Star, Jan Taminiau, Scotch & Soda, Diesel Black Gold, Marlies Dekkers, Viktor & Rolf, Tommy Hilfiger, Spijkers en Spijkers, Mode Biënnale Arnhem, Bas Kosters Studio, de ELLE Style Awards, Jan Boelo, Lancôme, Bread & Butter, Philips Illuminesca met Lidewij Edelkoort, de Bijenkorf, MaryMe-JimmyPaul, Björn Borg, The People of the Labyrinths, G-Star Raw’s Lichting, MOAM, Claes Iversen, Dennis Diem, Scapa of Scotland, Sjaak Hullekes, Team Peter Stigter, Francisco van Benthum en vele anderen.

MATTHÄUS PASSION – THE REMIX

In samenwerking met kunstenaar Gerald van der Kaap en het Paradiso Melkweg Productiehuis nam Van Bellen tweemaal de Matthäus-Passion (het onbetwiste meesterwerk van Johann Sebastian Bach) onder handen. Met hulp van onder andere priester Antoine Bodar en Winfried Maczewski (de toenmalige dirigent van het koor van De Nederlandse Opera) plozen Van der Kaap en Van Bellen met een groep andere dj’s en vj’s het lijdensverhaal van Christus en het werk van Bach uit. Ze maakten er een controversiële en gefragmenteerde danceremix in beeld en geluid van.
De eerste uitvoeringen in 2003 in de Melkweg zorgden voor een rel en haalden zelfs de voorpagina van het NRC Handelsblad. De recensie was zo vernietigend dat Van Bellen en Van der Kaap wisten dat ze iets goed hadden gedaan. Immers, het was een dappere poging het onmogelijke mogelijk te maken en heilige huisjes dienen omver getrapt te worden, want opschudding veroorzaakt beweging.
Van der Kaap en Van Bellen besloten in 2006 een tweede poging te wagen en deden met een batterij aan vj’s en dj’s de Matthäus-Passion –New Generation Remix verschillende poppodia in Nederland aan. De pers had dit keer besloten het project nagenoeg te negeren. De uitvoering werd later met veel succes vertoond op kunstmanifestaties in onder andere Bangkok, Barcelona, Parijs, Peking en Seoul. De proloog werd aangekocht door schrijver en kunstverzamelaar Han Nefkens en is in de collectie van het fotografiemuseum Huis Marseille opgenomen.

NACHTBURGEMEESTER

In 2002 werden de eerste Nachtburgemeesterverkiezingen van Amsterdam gehouden. Joost van Bellen deed mee met een collectief van bevriende gelijkgezinden, onder de naam De Nachtwacht. Ze wonnen de verkiezing en mochten zich voor drie jaar Nachtburgemeester van Amsterdam noemen.
In die drie jaar hebben ze pionierswerk verricht. Mede door het schrijven van de doorwrochte Nachtnota hebben ze ervoor gezorgd dat de nachtcultuur en iedereen die in de nacht werkt meer respect heeft gekregen. In de woorden van Van Bellen: ‘We gingen er helemaal voor. We spraken met snackbar-, discotheek- en seksclubeigenaren, met historici die vertelden over de hoerenkasten in de 17e eeuw, met ziekenhuispersoneel, de kersverse ambtenaar die Koninginnedag in goede banen moest leiden, de chauffeurs van de nachtbussen, de Amsterdamse Kunstraad, de vuilverbranding, de stadsbioloog die ons de dieren die ’s nachts tot leven kwamen liet zien, de politie, de redacties van ochtendkranten die in de nacht werkten, de mannen die ’s nachts de sluizen openden en zo het water in de grachten verversten, de chique ontwerper van de lantaarnpalen van Amsterdam en doodsbange dakloze junkies en heroïnehoertjes die zichzelf verstopten in de bloemperkjes bij het Centraal Station. Er ging zelfs voor mij een wereld open.’
De Nachtwacht resideerde in restaurant Inez I.P.S.C. waar iedere donderdagavond op zolder een spreekuur werd gehouden. De eerste nachtburgemeesters van Amsterdam namen vele malen het woord tijdens de debatten van de gemeenteraad. Het collectief bestond, naast Van Bellen, uit Lex Breet, Felix van der Eerden, Inez Giele-de Jong, Anne Hemker, Dick Koopman, Kim Tuin, Puck Verdoes en Maz Weston.

TITTY TWISTER

In 2011 besloot Lowlands dat er tijdens de nacht niet alleen dance maar ook vuige rock te horen moest zijn. Van Bellen werd gevraagd daar inhoud aan te geven. Tot op het moment dat de saloondeuren van de smerigste truckersbar ter wereld opengingen wist niemand dat Joost daar de scepter zou zwaaien. Geïnspireerd door de zombiestrippersbar The Titty Twister uit de film From Dusk Till Dawn, was de nieuwe rockbar op Lowlands een instant succes. Met een hardrock-karaokeband, een biersmijtende barploeg, paaldansende en vileine danseressen uit New York en een imposant decor gemaakt door Wink, werd het onderste uit de kan gehaald en is menig bezoeker met rode oortjes en een tent in de broek in zijn echte tentje gaan liggen. Samen met dj’s Stella ‘Sudden Death’ Star en V-Four Steve draait hij in de Titty niets anders dan gitaarmuziek.
Het eerste jaar was de Titty Twister vooral heel hetero, op het vrouwonvriendelijke af. Maar na een jaar groeide de bar uit tot een gaybar from hell. De Titty Twister nam in 2013 afscheid van Lowlands, met een elektrische stoel, testosteronverslaafde vrouwelijke bodybuilders en met make-up besmeurde gays met nazihelmen op het hoofd. Maar… onkruid vergaat niet: ooit zal de Titty Twister herrijzen uit het graf.